Mehmet huurt een huis.
Hij betaalt elke maand huur.
Hij mag in het huis wonen.
De verhuurder heeft regels.
Mehmet moet het huis schoonhouden.
Hij mag geen harde muziek draaien.
Als iets kapot is, belt hij de verhuurder.
De verhuurder moet grote problemen oplossen.
Mehmet betaalt op tijd.
Hij houdt zich aan de regels.
Zo woont hij fijn in zijn huis.
• Huren → Betalen om ergens te wonen.
• Verhuurder → De persoon die het huis bezit.
• Regels → Afspraken die je moet volgen.
• Kapot → Niet meer heel, het werkt niet meer.
Start a free site - Get now